Kort antwoord. De Engelenburcht (Castel Sant’Angelo) begon in de jaren 130 na Christus als de graftombe die keizer Hadrianus voor zichzelf en zijn opvolgers liet bouwen aan de rechteroever van de Tiber, voltooid in 139. In de 5e eeuw werd hij een vesting, in de middeleeuwen en de renaissance was hij bolwerk, gevangenis en toevluchtsoord van de pausen, en in 1870 ging hij over naar de Italiaanse staat. Sinds 1925 is hij een nationaal museum. Dit artikel volgt de pagina’s van het museum en van het ministerie van Cultuur, gelezen op 24 oktober 2026, en drie reisgidsen uit het publiek domein: Karl Baedekers Central Italy and Rome (15e druk, Leipzig, 1909), John Murrays A Handbook of Rome and its Environs (8e druk, Londen, 1867) en Augustus Hares Walks in Rome (15e herziene druk, deel II, Londen, 1902). Ze bevatten fouten en oude toeschrijvingen, dus we lezen ze als getuigen van hun tijd. Waar de bronnen het oneens zijn, zeggen we dat.
Toegangstickets en rondleidingen
Engelenburcht: toegangsticket + audiogids-app
4,5· 6.715 beoordelingen
vanaf € 22€ 23
Een tabel met data
| Datum | Wat gebeurde er | Bron |
|---|---|---|
| jaren 130 tot 139 | Hadrianus laat een graftombe bouwen; Antoninus Pius voltooit hem in 139 | Baedeker, p. 357; het museum |
| 2e en 3e eeuw | De keizers worden hier begraven, van Hadrianus tot Caracalla (217) | Baedeker, p. 357; Murray, p. 71 |
| 5e eeuw | Het wordt een vesting; de exacte datum is onzeker | Baedeker, p. 355; Murray, p. 71; Hare, p. 161 |
| 537 | De verdedigers weerstaan het beleg van de Goten | Baedeker, pp. 355 en 357; Murray, p. 71 |
| 590 | Volgens de traditie ziet Gregorius de Grote de aartsengel Michaël | Baedeker, p. 357; Murray, p. 71 |
| 10e eeuw | Romeinse adellijke families houden het kasteel in handen | Baedeker, p. 357; Murray, p. 71 |
| 1367 | De sleutels worden aan paus Urbanus V overhandigd | Het museum |
| 1378 tot 1379 | De Romeinen vernielen het bijna | Baedeker, p. 357; Murray, p. 71; Hare, p. 162 |
| 1395 | Bonifatius IX laat het herstellen | Baedeker, p. 357; Hare, p. 163 |
| omstreeks 1500 | Alexander VI verhoogt het bovenste deel en versterkt de basis | Murray, p. 72; Hare, p. 163; het museum |
| 1527 | Plundering van Rome: Clemens VII zoekt hier toevlucht | Baedeker, p. 357; Hare, p. 165; het museum |
| 1534 tot 1549 | Paulus III Farnese maakt er een schitterende pauselijke residentie van | Het museum; Baedeker, p. 359 |
| 1644 | Urbanus VIII laat de buitenste bastions bouwen | Murray, p. 72; Baedeker, p. 357 |
| eind jaren 1660 | Clemens IX laat tien engelen op de brug plaatsen | Murray, p. 9; Baedeker, p. 356 |
| midden 18e eeuw | De bronzen engel van Verschaffelt, in opdracht gemaakt voor het Jubeljaar 1750 | Het museum; Baedeker, p. 357 |
| 1849 tot 1870 | Frans garnizoen | Hare, p. 165; Murray, p. 73 |
| 1870 | Gaat als militaire gevangenis en kazerne over naar de Italiaanse staat | Het museum; het ministerie van Cultuur |
| vanaf 1901 | Restauratie onder kolonel Mariano Borgatti | Baedeker, p. 357 |
| 1925 | Wordt het nationale museum | Het museum; het ministerie van Cultuur |
Het mausoleum van Hadrianus
De pagina van het ministerie van Cultuur dateert het monument alleen in de 2e eeuw na Christus. De oude gidsen geven meer. Baedeker (1909, p. 357) schrijft dat het in 136 begon en in 139 door Antoninus Pius werd voltooid, Murray (1867, p. 70) zegt “omstreeks 130 n.Chr.”, en de pagina’s van het museum zeggen dat het in 135 begon, dus we schrijven alleen dat het in de jaren 130 is gebouwd. Hadrianus stierf in 138, volgens Murray (p. 71), en van hem tot Caracalla, in 217, werden de keizers en hun families hier begraven, zegt Baedeker. Hadrianus’ brug, de Pons Aelius, verbond het graf met de stad.
Baedeker beschrijft een vierkante basis met daarbovenop een enorme cilinder, in de reconstructies bekroond door een kolossaal standbeeld. Hij noemt die reconstructies speculatief, en wij volgen hem daarin. Murray en Hare, die Procopius navertellen, zeggen dat de verdedigers tijdens het beleg van de Goten, in 537, de standbeelden van het graf op de aanvallers gooiden. Wij beschouwen het als een verhaal van een historicus uit de zesde eeuw.
De vesting en de legende van de Engel
In de 5e eeuw werd het graf omgebouwd tot een versterking die de brug en de stad bewaakte. De datum is onzeker: Baedeker noemt 405, Murray en Hare 423, en de Italiaanse Wikipedia 403. Het museum zegt alleen dat het in de stadsmuren werd opgenomen en omgevormd tot een kleine vesting. In 537, tijdens het beleg van de Goten, hield de vesting stand.
De naam komt uit een traditie. Baedeker (1909, p. 357) schrijft dat Gregorius de Grote in 590, aan het hoofd van een processie tegen de pest, “de aartsengel Michaël zijn zwaard in de schede zag steken boven de Castel Sant’ Angelo” (onze vertaling). Murray (1867, p. 71) merkt op dat de naam “niet lijkt te zijn gebruikt tot enkele eeuwen na de gebeurtenis” (onze vertaling). Op de top volgden een kapel en daarna verschillende beelden van de engel. De marmeren engel van Raffaello da Montelupo staat nu in de Cortile dell’Angelo, en de bronzen engel die het kasteel bekroont is van Peter Anton von Verschaffelt, in opdracht gemaakt voor het Jubeljaar 1750, volgens het museum; Baedeker noemt 1752, andere bronnen 1753.
In de 10e eeuw hielden Romeinse adellijke families het kasteel als bolwerk in handen. In 1367 werden de sleutels volgens het museum aan paus Urbanus V overhandigd. De Romeinen vernielden het in 1378 tot 1379 bijna, en Bonifatius IX liet het vanaf 1395 herstellen.
De Passetto en de residentie van de pausen
Vanaf het einde van de 15e eeuw versterkten de pausen het kasteel. Murray (p. 72) en Hare (p. 163) zeggen dat Alexander VI omstreeks 1500 het bovenste deel verhoogde en aan de voet een bastion van travertijn bouwde, en Baedeker voegt toe dat Julius II het uitbreidde. Paulus III Farnese (1534 tot 1549) maakte er met de grootste pracht zijn residentie van, volgens het museum, met een appartement met fresco’s van Perin del Vaga.
De Passetto di Borgo is de verhoogde gang in de Leonische muren die het Vaticaan met het kasteel verbindt. Over de datum zijn de bronnen het oneens. De site van het museum spreekt van een verbinding uit 1277 onder Nicolaas III Orsini, en zegt dat in 1565, onder Pius IV, een nieuwe muurring rond de Vaticaanse paleizen hem zijn verdedigende rol afnam. Murray (p. 72) en Hare (p. 163) schrijven dat hij in 1410 tot 1411 door Johannes XXIII werd begonnen en door Alexander VI werd afgemaakt, en Baedeker (p. 357) zegt dat de pausen al vóór het einde van de 13e eeuw een overdekte doorgang lijken te hebben gehad. We noemen geen enkel jaartal. Het gebruik staat niet ter discussie. In 1527, tijdens de Plundering van Rome, zocht Clemens VII toevlucht in het kasteel, waar hij, in de woorden van Baedeker, “een vreselijk beleg doorstond” (onze vertaling). Het museum zegt dat hij er via de gang naartoe ging. Hare (p. 165) voegt toe dat Alexander VI hem in 1494 had gebruikt, toen Karel VIII arriveerde, een detail dat we op de site van het museum niet konden bevestigen. In 1644 liet Urbanus VIII de buitenste bastions bouwen. Voor de rondleidingen door de gang van vandaag lees je de gids over wat je ziet.
De gevangenis
Eeuwenlang was het kasteel ook een gevangenis, en het museum zegt dat het vanaf de 17e eeuw bijna alleen nog een politieke gevangenis was. De oude gidsen noemen beroemde gevangenen met grote voorzichtigheid. Baedeker (1909, p. 359) schrijft dat Beatrice Cenci en Benvenuto Cellini hier “zouden hebben vastgezeten” (onze vertaling). Over Beatrice Cenci is Hare (1902, p. 164) botter: “het is zeer onzeker of zij hier ooit is opgesloten” (onze vertaling). Een traditie dus, maar geen feit. Hare zegt dat een cel van Cellini en de gevangenis van Cagliostro worden getoond, en dat kardinaal Carafa in 1561 onder Pius IV in het kasteel werd gewurgd. Cagliostro werd eind 1789 door de Inquisitie gearresteerd en in het kasteel opgesloten, volgens de Engelstalige Wikipedia, maar Baedeker (p. 127) laat hem in 1795 in San Leo sterven, dus we schrijven niet dat hij hier stierf.
Het kasteel komt ook in de opera voor. De derde akte van Puccini’s Tosca, die op 14 januari 1900 in première ging in het Teatro Costanzi in Rome, speelt zich hier af, en de site van het museum noemt de opera.
Van 1870 tot het museum
Franse artillerie was volgens Murray (p. 73) in 1867 in het kasteel gelegerd, en Hare (p. 165) geeft de Franse aanwezigheid als 1849 tot 1870. In 1870 ging het kasteel als militaire gevangenis en kazerne over naar de Italiaanse staat, zeggen het museum en het ministerie van Cultuur. Hare merkt op dat een deel van de buitenste bastions in 1887 werd gesloopt, en Baedeker dat de Engelenbrug in 1892 tot 1894 werd hersteld bij de regulering van de Tiber. De restauratie van het kasteel begon in 1901 onder kolonel Mariano Borgatti. Na tentoonstellingen en een herinrichting tussen 1911 en 1925 werd het in 1925 een nationaal museum.
De afgelopen jaren brachten nieuwe zalen. Het Appartamento del Castellano ging op 11 december 2024 open voor het publiek, de Passetto di Borgo ging op 23 december 2024 weer open met rondleidingen, en de Sale Farnesiane gingen op 20 juni 2026 weer open. Het museum is van de staat en maakt deel uit van het instituut Pantheon en Castel Sant’Angelo van het ministerie van Cultuur. Voor wat je vandaag kunt zien lees je wat te zien. Voor de regels op de dag zelf zie je de bezoektips, en voor de prijzen en de regel over het identiteitsbewijs de gids over tickets.



